Behang encyclopedie

Behangen?
Van Apeldoorn Schildersbedrijf
adviseert!



Plakmiddelen - Vochtbestrijding

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Verwerkingsadviezen  
Voorbehandelingen A. Papieren wandbekledingssoorten B. Vinylwandbekledingssoorten C. Natuurproducten
Aanbrengmethoden Houtvezelpapier Vinyl op papierbasis Grasweefsel
- Gaufragebehang Vinyl op textielbasis Houtwand
- Duplex permanent reliefpapier Gecapitonneerde vinyl -
- Brijdrukbehang Vinyl op polystyreen -
- Handdrukbehang Polystyreen --
- Glanzende behangsoorten Vinylschuim -
- Zijdeachtige- en matpapieren - -
- Velouté behang - -
- Tekko en Salubra - -
- Lak-, leer, en bronspapier - -
- Lincrusta - -

 

 

 

 

Voorbehandelingen
Voordat een wandbekleding op een muurvlak wordt aangebracht, is het belangrijk dat deze ondergrond goed wordt voorbehandeld.
In de dagelijkse praktijk kunnen de wanden in 2 groepen verdeeld worden, n.l.
a. oude, reeds eerder behandelde wanden.
b. nieuwe wanden.
De oude wanden kunnen reeds voorzien zijn van een behang of andere wandbekleding. Maar ook kan een met water- of terpentine afdunbare muurverf zijn aangebracht. Daarnaast zal men in de praktijk nog meerdere, niet eerder genoemde wandafwerkingssoorten tegen komen. Nieuwe wanden kunnen bestaan uit hout, beton of pleisterlaag.
Verder kunnen nieuwe wanden ook zijn samengesteld uit het grote assortiment van plaatmaterialen.
Voor de meeste wandbekledingsmaterialen is het noodzakelijk dat de ondergrond;
a. neutraal en schoon is.
De ondergrond mag de nieuw aan te brengen wandbekleding op geen enkele wijze aantasten. Ze moet daarom alkalivrij zijn en niet in het te gebruiken plakmiddel oplossen (doorbloeden).
b. roestvrij is.
Alle roestige spijkers, etc. moeten verwijderd worden. Niet te verwijderen ijzeren delen moeten gemenied worden.
Door vocht uit het plaksel en door de plakmiddelen met een zurig karakter wordt het roesten van ijzer bevorderd.
c. vast is.
Losse kalkdelen, -verflagen, -behanglagen, etc. moeten worden verwijderd. Op een losse ondergrond kan een nieuw aan te brengen wandbekleding niet hechten.
d. strak en glad is.
Elke oneffenheid in de ondergrond kan men in de meeste wand- bekledingssoorten zien. Daarom verdient het aanbeveling, indien mogelijk eerst grondpapier aan te brengen. De ondergronden waarbij geen grondpapier aangebracht moet worden zoals o.a. bij vinyl op textielbasis is het belangrijk dat het wandoppervlak eerst grondig wordt geschuurd. Eventuele aanwezige scheuren moeten uitgehaald en gerepareerd worden.
Afhankelijk van de soort, de toestand en de staat van de wand zal men een werkschema moeten opstellen om een goed eindresultaat te behalen.
Voor de behandeling van de diverse ondergronden verwijzen wij naar de betreffende woorden in het alfabetisch register.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

 

 
Aanbrengmethoden  
Het aanbrengen van de normale behangsoorten levert meestal geen moeilijkheden op. Moet men echter een speciale wandbekledingssoort aanbrengen, dan verdient het aanbeveling bij de leverancier een voor deze wandbekleding bestemd verwerkings- en plakvoorschrift te vrage.
Door deze voorschriften goed op te volgenbeperkt men mogelijke risico's tot een minimum.
Naast de normale verwerking van de wandbekledingsmaterialen zijn er nog enige soorten waarvan het verwerkingsvoorschrift afwijkt van de algemeen gebruikte aanbrengmethoden.
Ook zijn er nog enkele waarbij bijzondere richtlijnen in acht genomen moeten worden.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

A. Papieren wandbekledingssoorten

 
Houtvezelpapier  
Tijdens de fabricage van deze papiersoort wordt aan de papiermassa houtslijp toegevoegd.
Indien fijn gemalen houtsplinters worden verwerkt, spreekt men over ingrainpapier, terwijl voor de grovere soorten de naam rauhfaser gebruikelijk is.
Deze wandbekledingssoort is in verschillende kwaliteiten te verkrijgen n.l. in naturel, gegrondeerd en gegrondeerd/afwasbaar.
Tevens kan houtvezelpapier voorzien zijn van een brijdruk of van gekleurde verflagen. Dit materiaal is in diverse breedten en rollengten verkrijgbaar. De normale handelsrnaat is 33,5 m x 0,56 m.
Bij het aanbrengen van deze papiersoort moet de ondergrond zorgvuldig voorbewerkt worden.
Na het instrijken van de banen moet men deze 3 - 5 minuten, dus niet te lang laten inweken.
Daarna worden de banen stotend aangebracht. Na droging kan dit materiaal zeer goed overgeschilderd worden waarbij het gebruik maken van een rolborstel de voorkeur verdient.
Het voordeel van houtvezelpapier is, dat de volle baanbreedte benut kan worden omdat geen zelfkanten aanwezig zijn.
Ook is het materiaal rapportloos waardoor geen materiaalverlies kan ontstaan.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

A. Papieren wandbekledingssoorten

 
Gaufragebehang  
Het woord gaufrage is afgeleid van het franse woord "gaufre" dat honinggraat of wafel betekent.
Met het werkwoord gaufreren bedoelt men, op het gebied van behang, te zeggen dat in het papier een patroon geperst is.
Dit patroon is dan tevens aan de rugzijde van het behang te zien.
Door dit gaufrageproces dient men bij het aanbrengen van deze wandbekledingssoort het volgende te bedenken.
Papier zet uit naarmate het meer vocht opneemt maar het trekt weer strak gedurende het droogproces.
Tijdens dit proces krimpt het papier weer waardoor ook het ingeperste motief verloren gaat.
Daarom moet men voor gaufragebehangsels i.v.m. het te sterk uitzetten van het papier een plakmiddel met weinig vocht gebruiken.
In dit verband moet men daarom baan voor baan gelijkmatig instrijken. De huidige pastaplaksels zijn hiervoor zeer geschikt.
Na het instrijken moet men de banen kort laten inweken om een sterke uitzetting te voorkomen maar men moet zolang wachten totdat de
banen soepel zijn.
De behangbanen worden hierna kloppend en niet strijkend aangebracht. Om het wegdrukken van het motief op de naden van twee banen te voorkomen is het wenselijk geen nadenroller te gebruiken.
Bovenzijde pagina  

 

 

A. Papieren wandbekledingssoorten

 
Duplex permanent reliefpapier  
Bij deze term geeft het woord duplex aan dat één laag bedrukt- en één laag naturelpapier d.m.v. een watervaste lijm op elkaar worden geperst. De woorden permanent relief geven aan dat door deze watervaste lijm het vocht uit het plakmiddel alleen in de onderste laag kan doordringen en het relief in de bovenlaag niet wordt aangetast.
Het relief is dus permanent en het grote nadeel van de gaufragebehangsoorten is hierdoor voorkomen.
Het spreekt voor zich dat deze behangsoort, door de hogere fabricagekosten, duurder is dan een normaal gaufragebehangsel.
De verwerking van deze behangsoort is overeenkomstig aan elke zware wandbekleding. De banen moeten stotend worden aangebracht en het gebruikte plakmiddel moet voldoende kleefkracht bezitten.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

A. Papieren wandbekledingssoorten

 
Brijdrukbehang  
Brijdrukbehang wordt, afhankelijk van de leverancier, ook wel kwetsdruk- of plastiekbehang genoemd.
De term kwetsdruk komt van oorsprong van het duitse woord "Quetschen". Hiermee bedoelt men persen, samenpersen of drukken, knellen, pletten of kneuzen.
De term plastiek heeft te maken met vormgeven of modelleren en staat in verband met het relief.
Bij brij-, kwets- of plastiekdruk wordt een pasta-achtige verf op het papier aangebracht, het dessin ligt er dus bovenop.
Afhankelijk van de viscositeit van de op te brengen verf onderscheiden we lichte-, middelzware- en zware kwaliteiten.
Bij het aanbrengen van lichte brijdruksoorten doen zich over het algemeen geen moeilijkheden voor.
Bij het verwerken van de middelzware- en zware soorten zijn er enkele punten die de aandacht verdienen.
Op de eerste plaats moeten de banen van de zware brijdruksoorten droog op maat gesneden worden terwijl de nog eventueel aanwezige zelfkanten met een precisie-snijlineaal verwijderd dienen te worden. Na het op maat snijden is het raadzaam om aan de bovenzijde van de baan een merkteken aan te brengen waardoor alle banen in deze richting worden aangebracht.
Deze behangsoort mag n.l. niet gestort worden omdat door de lichtval het effect kan veranderen en waardoor de indruk kan ontstaan dat er kleurverschil aanwezig is.
Voor het instrijken van de banen moet een stevig plaksel gebruikt worden terwijl ook de banen stuk voor stuk ingestreken moeten worden. Nadat het plaksel is aangebracht moeten de banen niet dichtgevouwen worden. Hierdoor breekt de verflaag wat gemakkelijk een plaatselijke verkleuring kan veroorzaken.
Tevens moet men de banen niet te lang inweken. Hierdoor kunnen, na het drogen, krimpnaden ontstaan en kan de brijdruk week worden. In dit verband is het niet aan te bevelen om voor de naden een nadenroller te gebruiken. De naden kan men beter aan- drukken met een schoon vel grondpapier en een vladder.
Omdat we met een vrij dikke wandbekleding te maken hebben is het als vanzelfsprekend dat de banen stotend worden aangebracht.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

A. Papieren wandbekledingssoorten

 
Handdrukbehang  
Het vervaardigen van deze behangsoort is al zeer oud en waarbij voor het maken ervan grote vakmanschap vereist wordt.
Handdrukbehang is een klasse apart en wordt op bestelling gemaakt. Het voordeel hiervan is dat met de wensen van de client voor wat betreft de vormgeving en de kleur rekening gehouden kan worden. Omdat het handwerk is zijn deze behangsoorten vrij kostbaar. Naast de zeer oude manier om handdrukbehang te maken wordt momenteel ook wel gescreend.
Bij het aanbrengen van deze behangsoort dient men de verwerkingsvoorschriften van de leverancier nauwkeurig in acht te nemen.
De rollen worden genummerd geleverd en in deze volgorde moet men ze ook verwerken. Voor men echter de banen gaat snijden, verdient het aanbeveling vooreerst uit te kleuren.
Hierna worden de banen op maat geknipt en de zelfkanten worden voor het instrijken, met een precisie-snijlineaal verwijderd.
Om de banen in te strijken is het noodzakelijk dat een waterarm plaksel wordt gebruikt. Ook moet men de banen kort laten inweken en gelijk verwerken.
In afwijking van de normale regels worden de banen nu niet boven aan het plafond maar op ooghoogte aangelegd.
Dit is noodzakelijk om het verloop van het patroon, dat door de handdruktechniek kan ontstaan, wordt weggewerkt.
Het beste kan men de banen met een vel grondpapier aandrukken terwijl het voor zichzelf spreekt dat de banen stotend worden aangebracht.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

A. Papieren wandbekledingssoorten

 
Glanzende behangsoorten  
Deze behangsoorten vereisen een onberispelijke ondergrond omdat elke ongerechtigheid onmiddellijk te zien is.
Daarom is het noodzakelijk dat de wand eerst met rollen grondpapier stotend wordt beplakt. Eventuele oneffenheden kunnen hierna weggeschuurd worden.
De banen worden droog op maat gesneden terwijl eventuele nog aanwezige zelfkanten met een precisie-snijlineaal worden verwijderd.
De afgesneden banen moeten genummerd worden en in deze volgorde worden verwerkt.
Voor het aanbrengen van deze wandbekledingssoorten moet men een stevig pastaplaksel met hoge kleefkracht gebruiken. De banen worden met dit plakmiddel stuk voor stuk gelijkmatig en egaal ingestreken. Bij het aandrukken moet men een vel grondpapier gebruiken en vanuit het midden naar boven toe aanstrijken.
Eventueel ontstane luchtblaasjes moeten met behulp van een rubber- roller vanuit het midden naar boven en beneden weggerold worden.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

A. Papieren wandbekledingssoorten

 
Zijdeachtige- en matpapieren  
Voor deze behangsoorten is een zeer gladde ondergrond beslist noodzakelijk omdat alle oneffenheden te zien zullen zijn.
Daarom is het noodzakelijk dat vooreerst rollen grondpapier stotend worden aangebracht. Eventuele oneffenheden worden zichtbaar en kunnen weggeschuurd worden.
Na het snijden van de banen moeten deze apart, gelijkmatig en schraal met een stevig plaksel worden ingestreken.
Ook is het belangrijk dat men de banen kort laat inweken.
Bij het aanbrengen moet men een vel grondpapier gebruiken. Hierdoor voorkomt men dat met de vladder glimmende strepen worden veroorzaakt.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

A. Papieren wandbekledingssoorten

 
Velouté behang  
Velouté behang heeft reeds een zeer lange staat van dienst achter de rug.
Het werd voorheen gemaakt door op papier een lijmdessin aan te brengen waarna hierin een fluweelachtig scheersel (velours) werd gestrooid en in één richting werd gestreken.
Bij de huidige fabricage van een wandbekleding met velourseffect maakt men ook wel gebruik van een electrisch veld.
Daarnaast past men ook wel moderne grondstoffen toe zoals polyvinylchloride voor de ondergrond terwijl voor het velourseffect rayon-, perlon- of nylonvezels worden gebruikt.
Bij het aanbrengen van deze wandbekleding is het belangrijk dat de ondergrond goed wordt voorbewerkt zodat een glad oppervlak ontstaat. Veiligheidshalve stoot men banen grondpapier waardoor eventuele ongerechtigheden te voorschijn komen en weggeschuurd kunnen worden. De banen worden na het op maat snijden genummerd en in deze volgorde verwerkt. Tevens dient men de bovenzijde van de baan aan te tekenen waardoor de banen in één richting aangebracht kunnen worden en waardoor een storend effect wordt voorkomen.
Hierna wordt een baan met een pastaplaksel egaal en schraal ingestreken.
Deze baan moet men kort laten inweken en aanbrengen vóór dat met de volgende baan begonnen kan worden.
De banen worden stotend aangebracht en in één richting met behulp van een vel grondpapier aangestreken.
Eventueel plaksel dat hierna tussen de naden uitkomt wordt door het grondpapier opgenomen.
Mochten er ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch nog plakselviekken ontstaan dan moeten deze onmiddellijk verwijderd worden.
Het gebruik maken van een nadenroller is niet toegestaan omdat de mogelijkheid aanwezig is dat hierdoor de fluweelachtige structuur wordt platgedrukt.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

A. Papieren wandbekledingssoorten

 
Tekko en Salubra  
De fabricage van Tekko berust grotendeels op fabrieksgeheimen. Deze wandbekleding heeft een metaalachtige glans. Het oppervlak van Tekko vertoont uiterst fijn parallel lopende arceringen waardoor het licht op verschillende manieren wordt gereflecteerd. Hierdoor verandert de lichtval en het dessinbeeld en geeft deze wandbekleding de indruk van een voorname zijde-achtige stof.
Salubra wordt bij dezelfde fabriek gemaakt maar het uiterlijk vertoont een duidelijk verschil.
Bij de fabricage van Salubra wordt lijnolie als bindmiddel gebruikt. Dit bindmiddel wordt samen met zinkwit als pigment onder hoge druk op taai perkamentachtig papier geperst.
Salubra is te herkennen aan de sterke lijnoliegeur. Bij het aanbrengen van deze wandbekledingssoorten is het belangrijk dat men het verwerkingsvoorschrift van de leverancier opvolgt. Vooreerst moet men zorgdragen voor een gladde ondergrond waarna banen grondpapier stotend kunnen worden aangebracht. Eventuele onzuiverheden kunnen hierna alsnog worden weggeschuurd. De banen kunnen op maat gesneden worden en de zelfkanten worden met een precisie-snijlineaal verwijderd.
Hierna besprenkelt men de rugzijden met water waardoor de banen kunnen inweken en soepel kunnen worden.
Voordat men de banen gaat aanbrengen is het belangrijk dat men eerst een loodlijn op de wand uitzet waartegen men de eerste baan aanlegt. Voor het verwerken van Tekko gebruikt men een smeuig maar niet te dik plakmiddel terwijl voor Salubra een stevig plaksel nodig is.
Nadat de baan is aangebracht moet men deze vanuit het midden met behulp van een rubberroler aandrukken. Hierdoor wordt voorkomen dat er luchtblaasjes tussen de wand en het Tekko of Salubra komen. Het behoeft geen betoog dat de banen van deze wandbekledingssoorten stotend moeten worden aangebracht.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

A. Papieren wandbekledingssoorten

 
Lak, leer- en bronspapier  
Deze wandbekledingssoorten komen nog maar zelden voor.
Ook bij deze materialen moet men zorgen voor een goede behangrijpe ondergrond.
Na het op maat snijden van de banen moet men deze nummeren en in de goede volgorde verwerken. De banen moet men stuk voor stuk instrijken.
Bij bronspapier moet men de banen met een stevig plaksel schraal instrijken. Tevens moet men een plakmiddel gebruiken dat is aangemaakt met kalkvrij water. Dit is noodzakelijk omdat vocht én de kalkdelen uit het water oxydatie van het brons kunnen veroorzaken. Na het instrijken moet men de banen niet te lang laten weken terwijl bij het aanbrengen een vel grondpapier gebruikt moet worden.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

A. Papieren wandbekledingssoorten

 
Lincrusta  
Ofschoon deze wandbekleding weinig meer voorkomt is het raadzaam hiervan enige gegevens te verstrekken.
Lincrusta is een wandbekleding dat gemaakt wordt van geoxideerde lijnolie of harsen terwijl als onderlaag papier of geimpregneerd viltpapier wordt gebruikt.
De voorkant van deze wandbekleding vertoont het motief dat d.m.v. twee walsen is aangebracht terwijl de rugzijde geheel glad is.
Soms wordt een toplaag van gesiliconeerde kunstharsen aangebracht. Lincrusta behoort tot de zeer zware wandbekledingen. Bij het aanbrengen van deze wandbekleding is het noodzakelijk dat men de rollen eerst op kamertemperatuur laat komen. Te koude rollen zUn stug waardoor bij de verwerking de mogelijkheid van breken van de bovenlaag niet is uitgesloten.
Voordat men de banen op maat gaat snijden is het noodzakelijk dat de rollen eerst worden uitgekleurd omdat enig kleurverschil niet is uitgesloten.
Na het op maat snijden worden de banen met water ingestreken terwijl de rugzijden van twee banen tegen elkaar worden gelegd.
Hierdoor krijgen de banen al enigszins de gelegenheid om in te weken waardoor ze soepel worden.
Omdat we met een zwaar materiaal te maken hebben is het voor het aanbrengen noodzakelijk dat men een stevig plakmiddel met een hoge kleefkracht gebruikt.
De banen Lincrusta moeten stotend worden aangebracht en vanuit het midden worden aangedrukt.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

B. Vinylwandbekledingssoorten

 
Vinyl op papierbasis  
Dit materiaal kan op dezelfde wijze als behang verwerkt worden.
Indien meerdere rollen aangebracht moeten worden, is het van belang dat men de rollen eerst uitkleurt en op rolnummer verwerkt.
De zelfkanten worden, indien aanwezig, verwijderd; de banen worden op maat geknipt en met grafietpotlood genummerd.
Voor zover het dessin dit toelaat, wordt dit materiaal stotend verwerkt. Na het op maat snijden van de banen worden de rugzijde met een door de leverancier voorgeschreven plakmiddel ingestreken. Na het uitstrijken wordt de baan dichtgeslagen (niet dichtgevouwen) en opgerold. Papier heeft n.l. de eigenschap om uit te zetten als het nat wordt. De vinyllaag doet dit niet met als gevolg dat de buitenkanten van de baan kunnen krullen. Door de baan na het dichtslaan op te rollen wordt het spanningsverschil opgeheven. Na enige minuten kan de eerste baan loodrecht aangebracht worden nadat de baan met een borstel is doorgestreken.
Met een plastic- hardboard- of houten spatel wordt de baan vanuit het midden naar boven en beneden vlak gestreken om zoveel mogelijk lucht onder de baan te verwijderen. Hierna wordt met een rubberroller, van niet te harde kwaliteit, aangerold zodat alle lucht is verwijderd. De stroken langs het plafond en plint worden met behulp van de reeds eerder gebruikte spatel of stalen rij en stanleymes weggesneden.
Hierbij dient men er op te letten dat het mes in de snede blijft staan en de spatel o.i.d. wordt verplaatst.
De tweede baan wordt hetzelfde behandelt als de eerste, maar nu zorgt men ervoor dat de naad goed aangesloten zit.
Sluit de naad nog niet overal dan kan men de baan met de vlakke hand zover verschuiven als nodig is.
Hierna drukt men de naad over de gehele lengte nog eens aan. Evenals bij behang mag men dit materiaal niet door de hoek heen plakken.
Met behulp van de spatel of stalen rij en stanleymes wordt de baan in de hoek op de volgende wand afgesneden.
Het behoeft geen betoog dat de eerste baan van de tweede wand opnieuw te lood wordt gezet. Deze baan wordt iets door de hoek heengeplakt en ook deze baan wordt in de hoek, op de eerste wand, afgesneden.
De spatel of stanleymes wordt dus op de vorige baan aangelegd.
De dubbel doorgesneden strook wordt door oplichten van de baan verwijderd. Beide banen zijn onzichtbaar tegen elkaar gezet.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

B. Vinylwandbekledingssoorten

 
Vinyl op textielbasis  
Na het afsnijden, het merken en het nummeren van de banen wordt de muur in plaats van het materiaal, met plaksel ingestreken.
Het beste gaat dit met een lamsvelroller omdat men hierdoor de lijm egaal en snel verdeelt. Indien nodig moet men de muur eerst voorlijmen. Op de wand wordt i.v.m. blaasvorming geen grondpapier aangebracht.
Na het instrijken brengt men de eerste baan te lood aan waarna de baan met een vinylstrijker, plastic- of hardboardspatel vanuit het midden uit naar boven en onderen en niet horizontaal wordt vlakgestreken. Hierna wordt met een zachte rubberroller aangedrukt waardoor de laatste luchtrestjes verdwijnen.
Het aanbrengen van de tweede baan kan op 2 manieren plaatsvinden waarbij het materiaal, indien het dessin dit toelaat, stortend wordt verwerkt.
Brengt men dit materiaal zonder zelfkant aan dan kan men dit stoten, op dezelfde wijze als bij vinyl op papierbasis is aangegeven.
Wel is naadvorming niet uitgesloten omdat de textielrug krimpt als het nat wordt. Eventuele naden moet men vanuit het midden van de baan aandrukken.
Wordt vinyl met zelfkant aangebracht dan moet men de banen overlappen.
Om in het lood te blijven moet men op het materiaal met een paar spelden op 6 - 7 cm vanaf de zijkant een nieuwe loodlijn uitzetten. De tweede baan wordt nu evenals de eerste, maar nu tegen de spelden, te lood gezet. De luchtblazen worden verwijderd en vanuit het midden wordt in verticale richting aangerold.
In deze periode krijgt de textielrug al de gelegenheid om te krimpen en kan men de twee banen doorsnijden.
Boven aan de banen wordt met een stanleymes en spatel een begin gemaakt. Hierna wordt in de snede een daarvoor bestemd snijapparaat, met het snijvoetje op de muur achter de beide banen, geplaatst.
In één beweging wordt het snijapparaatje naar beneden getrokken waarbij de beide banen gelijktijdig worden doorgesneden en de overlappende strook gespannen gehouden moet worden.
Na het verwijderen van de losgesneden stroken worden de banen met de vingers gesloten en de naad met een rubberrol nagerold.
De stroken langs plafond en plint worden met stanleymes en spatel of stalen rij verwijderd.
Het stanleymes blijft daarbij in de groef staan terwijl de spatel wordt verplaatst.
Tot slot worden de plakselvlekken met veel schoon water verwijderd.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

B. Vinylwandbekledingssoorten

 
Gecapitonneerde vinyl  
Dit materiaal bestaat uit drie lagen, n.l.:
a. een bovenlaag van pvcfolie
b. de schuimplastictussenlaag
c. een celstof onderlaag
Deze gecapitonneerde vinyl kan naadloos aangebracht worden.
Voor het aanbrengen is een gladde en strakke ondergrond geen vereiste terwijl kleine oneffenheden en krimpscheurtjes niet extra behandeld moeten worden.
Na het op maat snijden van de banen worden de beide zelfkanten tot aan de stiknaden verwijderd.
Hierna wordt de wand met een door de leverancier voorgeschreven plakmiddel ingestreken waarbij het plakmiddel niet te dun mag zijn waardoor de onderlagen teveel vocht kunnen opnemen.
Hierna kan men de eerste baan gaan aanbrengen.
Bij de tweede baan wordt de onder- en tussenlaag tot vlakbij de stiknaad weggeknipt waardoor alleen de p.v.c.folie overblijft.
Bij het aanbrengen wordt de onderlaag van deze baan tegen de eerste baan aangelegd waardoor de foliestrook over de eerste baan heenvalt.
Deze overlappende strook wordt met een rubbervrije contactlijm vastgezet.
Evenals voor alle andere vinylwandbekledingssoorten is een rubbervrije lijm vereist omdat de overtollige lijmresten sterk vergelen, vlekken kunnen veroorzaken of zwarte strepen geven. Deze zwarte strepen zijn niet te verwijderen omdat het hiervoor geschikte reinigingsmiddel de p.v.c.folie aantast.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

B. Vinylwandbekledingssoorten

 
Vinyl op polystyreen  
Dit materiaal wordt speciaal toegepast op plafonds maar kan ook goed aangebracht worden op schrootwanden, stenen muren, enz.
Vooraf dient men de ondergrond vóór te behandelen waarbij bladders en andere oneffenheden verwijderd moeten worden.
Indien nodig moet men de ondergrond voorstrijken met een daarvoor in de handel zijnde voorstrijkmiddel.
Hierna wordt de ondergrond met een speciaal voor dit materiaal geschikte lijmsoort ingestreken, waarna men de kleefstof 5 - 10 minuten laat inwerken.
Gebruikmaken van andere plakmiddelen is niet toegestaan omdat het niet is uitgesloten dat door de oplos- en/of verdunningsmiddelen uit de kleefstof de polystyreen wordt opgelost, of dat geen hechting met de ondergrond wordt verkregen.
Nadat de banen op maat zijn geknipt (niet gesneden) worden de bovenzijden gemerkt om te voorkomen dat dit materiaal stortend wordt geplakt. Stortend plakken is niet toegestaan omdat door het strijklicht bijv. langs het plafond door het effect van het materiaal de indruk kan ontstaan dat er kleurverschil aanwezig is.
Hierna wordt de eerste baan aangebracht met behulp van een rubber- of schuimplasticroller waarmee de overtollige lucht wordt verwijderd. Werken met een doek o.i.d. is niet aan te bevelen omdat hierdoor putjes in het materiaal worden gestoten die altijd zichtbaar blijven.
De tweede en volgende banen kan men op twee manieren aanbrengen. Doordat geen zelfkanten aanwezig zijn kan men dit materiaal stotend aanbrengen. Buiten het normale stoten van de banen kan men deze ook 2 á 3 cm overlappen.
Vervolgens worden de beide banen in één handeling, gelijktijdig tot op de ondergrond doorgesneden.
Het onderste losgesneden reepje wordt verwijderd nadat de bovenste baan is opgetild. Nadat met een kwastje bij de naden opnieuw plaksel is aangebracht worden de banen tegen elkaar gedrukt.
De overtollige lijmresten moeten onmiddellijk met een vochtige spons worden verwijderd omdat de voorgeschreven lijmsoort geelkleurig opdroogt.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

B. Vinylwandbekledingssoorten

 
Polystyreen  
Geëxpandeerd polystyreen wordt speciaal toegepast om zijn isolerende werking. Ook wordt het gebruikt ter bestrijding van vochtproblemen. De verwerking van dit materiaal is overeenkomstig de vinylprodukten op polystyreenbasis.
Na het aanbrengen van rollen of platen polystyreen kan worden overbehangen. Als een sterk werkend of zwaar behang aangebracht moet worden, dient men eerst grondpapier aan te brengen.
Hierdoor gaan de naden niet meer openstaan. Ook kan men op polystyreen een verflaag aanbrengen maar dan mag deze geen oplosmiddelen bevatten.
Cellulose- en soortgelijke verven zijn daarom niet toegestaan.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

B. Vinylwandbekledingssoorten

 
Vinylschuim (foam-back)  
Voordat we dit materiaal gaan aanbrengen moeten we eerst controleren of de ondergrond droog is.
Na eventueel voorstrijken met een voorstrijkmiddel i.v.m. het inzuigen van de ondergrond mag geen grondpapier geplakt worden.
Voordat men banen gaat snijden is het noodzakelijk dat de rollen eerst goed worden uitgekleurd. In dit verband is het noodzakelijk dat de rollen op volgorde van nummeren worden verwerkt.
Na het op maat knippen van de banen worden ook deze genummerd waarbij men rekening dient te houden dat de banen stortend aangebracht moeten worden. Ook mag men niet meer banen snijden dan men op één dag kan verwerken.
Tevens moet men eerst een loodlijn op de wand uitzetten waartegen het materiaal aangebracht moet worden. Bij het uitzetten van de loodlijn dient men erop te letten dat geen naden in de hoeken of directe omgeving, maar voldoende uit de hoek, worden aangebracht.
In tegenstelling tot behang moet dit materiaal door de hoek worden heengeplakt.
Bij het aanbrengen van de banen kan men op twee manieren te werk gaan.
Ten eerste kan men de banen voorzien van kleefmiddel. Deze manier is echter onhandig omdat de breedte van het materiaal ca. 1 meter bedraagt en dus niet op een normale plaktafel verwerkt kan worden.
Bij de tweede manier wordt niet het materiaal maar de wand van plakmiddel voorzien.
Het door de fabrikant voorgeschreven plakmiddel is op basis van acrylaat- of vinylacrylaathars.
Na het aanbrengen wordt de baan voorzichtig met een rubberrol aangerold waardoor luchtblazen verwijderd worden. Dit aanrollen moet vooral voorzichtig gebeuren i.v.m. het plaatselijk vervormen van het materiaal.
De tweede baan wordt over de eerste heen gezet en beide banen worden met behulp van een stanleymes doorgesneden.
De overtollige lijmresten worden met veel schoon water weggehaald. De stroken langs het plafond en plint worden met plastic spatel en stanleymes bijgesneden.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

C. Natuurproducten

 
Grasweefsel  
Dit materiaal heeft een zeer decoratief effect en wordt gemaakt van de jonge ranken van de pijlwortel- of kamperfoeliplant. De jonge ranken van deze planten worden van de bast ontdaan. De bast wordt in lange dunne repen gesneden en gedroogd. Hierna worden ze op handweefgetouwen geweven en soms bijgekleurd. Dit weefsel wordt op een taai en dun papier geplakt.
Omdat grasweefsel een natuurprodukt is, is het ongelijkmatig van kleur en niet lichtecht. Banen grasweefsel worden droog op maat gesneden en op de wand geprikt. Dit opprikken is noodzakelijk om de banen kleur bij kleur te rangschikken en om erg zichtbare naden te voorkomen.
Het spreekt vanzelf dat men de banen na het rangschikken dient te nummeren. Nadat de banen niet te lang hebben ingeweekt worden ze aangebracht. De eerste baan moet te lood worden gezet en horizontaal in de richting van het weefsel worden aangedrukt.
Hierbij kan het gebruik van een rubberroller goede diensten bewijzen. Om het mooiste effect te bereiken moet men de banen stotend aanbrengen.
Naast de rollen grasweefsel kan men enkele soorten van dit materiaal in tegelvorm kopen.
Deze tegels kunnen op diverse manieren, zowel horizontaal als diagonaal aangebracht worden. Goede uitgezette horizontale en verticale smetlijnen vergemakkelijken het werken.
Voor de verdere verwerking van deze tegels gelden dezelfde voorschriften als die gelden voor de rollen.
Direct na en tijdens de verwerking is het noodzakelijk dat grote temperatuursverschillen worden voorkomen.
Bovenzijde pagina  

 

 

 

C. Natuurproducten

 
Houtwand  
Dit materiaal bestaat uit uiterst dunne smalle stroken fineer van uiteenlopende houtsoorten.
Deze stroken worden met lichte of donkere gekleurde draden aan elkaar geweven.
Door het toepassen van lichte, gekleurde houtsoorten en draden zijn zeer veel variaties mogelijk.
Omdat door de smalle stroken de soepelheid van dit materiaal bevorderd wordt, kan het op elk oppervlak aangebracht worden.
Indien van houtwand enige stroken afgeknipt worden moet men niet- afgelijmde draden vóór het afknippen met plakband vastzetten.
Bij het aanbrengen van dit materiaal wordt de wand met het aanbevolen plakmiddel en met behulp van een verfroller of fijngetande spatel ingestreken.
Als plakmiddel voor houtwand wordt "Mazoline" voorgeschreven waarbij niet meer dan 1 M2 tegelijk met plaksel wordt ingestreken.
Als dit kleefmiddel na ca. 2 minuten is aangetrokken wordt houtwand aangebracht.
Hierna kan men dit materiaal goed met een rubberrol aanrollen.
Naast het plakken kan men dit materiaal ook spannen waarbij men bij voorkeur baguetnaalden gebruikt.
Bovenzijde pagina  
   
   
Neem even contact met ons op voor een persoonlijk advies
Beginpagina Van Apeldoorn Schildersbedrijf  
home | projecten | onderhoudNL | alg.voorwaarden | subsidie-info | verklaringen | alles over verf
alles over glas | alles over behang | alles over kleur | 4 seizoenen | links | sitemap | sponsoring | actueel |
vacatures | contact